DE KLOK IS STUK, DE TIJD STAAT STIL DE BLAUWE DAME

Mei 2014 – een verhaal van Bea De Groote, onderdeel van het kunstproject van Mirjam Stax. Het sprookje “de Blauwe Dame” is geïnspireerd door herinneringen en verhalen door oud bewoners en omwonenden, zoals verteld aan Mirjam Stax.

Niet alleen ’s nachts maar ook overdag klonk nu een hels kabaal vanuit het kasteel. Kinderen werden gewaarschuwd om uit de buurt te blijven, diep bijgelovigen liepen er met een grote boog omheen, en zelfs de katten verlieten schichtig mauwend het domein. Alleen de blinde mol was doof voor alle onheil en wroette ijverig verder onder de grond, bijgestaan door zijn hele familie. Al doet dat in het verhaal verder niet ter zake.

Toen na drie dagen de dronkemansgeest zijn roes had uitgeslapen en op zoek wilde naar iets om zijn dorst te lessen, whisky bijvoorbeeld, kreeg hij de deur van zijn hok niet meer open. Hij duwde en schopte, maar de deur bleef dicht. Buiten zijn gevangenis hoorde hij de anderen geesten jammeren:

“Help ons… iemand moet ons helpen… de klok is stuk… de tijd staat stil… en als het geen zes uur slaat, kunnen we ons niet terug trekken… iemand help alsjeblieft… we zijn uitgeput…”

Dronkemansgeest keek in zijn kast en begreep dat hij het was die de tijd had stilgezet. Hij begon nu ook te roepen: Hallo! Hoort iemand mij? Ik zit opgesloten in de staande klok. Help me hieruit en de tijd gaat weer lopen. Alle geesten drumden rond de staande klok. Haatdragende riep: Dus het is allemaal jouw schuld! Wacht maar tot de deur open is! Mijn handen jeuken al!. Met hun laatste krachten kregen ze de deur open, Dronkemansgeest rolde uit de klok, de tijd zette zich weer in beweging en tikte minuut na minuut weg. Uitgeput lagen de geesten op een hoopje bij elkaar. Het sloeg 3 uur.

Boerenknecht jammerde: Drie uur pas… ik ben zo moe…. ik heb hier zo genoeg van. Ik wou dat ik eeuwig kon rusten. Tja, wie niet! schamperde Zonderling met het Scheve Hoofd. Makkelijk gezegd, jammerde Baron. Maar hoe krijgen we die eeuwige rust voor elkaar? Iemand een idee soms… dacht ik al… Eén ding helpt in elk geval niet: doen wat we al heel ons leven en heel onze hele dood doen. Dat heeft ons nog nooit rust gebracht. Dus daar moeten we mee stoppen en iets totaal nieuws bedenken.

Geen whisky drinken dus, concludeerde Dronkeman droevig. Het altijd het beste weten, zei Blaaskaak, nooit eens naar een ander luisteren. Iedereen onder de knoet houden, zei Tiran, alles in mijn eentje beslissen. Alles oppoten en vasthouden voor mezelf, daar moet ik nu eens mee ophouden, zuchtte Vrek.

Wacht eens, zei Boerenknecht. Ik denk dat ik het weet. Alles wat jullie noemen: dat drinken, de baas spelen, oppotten, deed je in je eentje. We hebben nooit de handen in elkaar geslagen. Als we dat eens probeerden? De geesten waren niet meteen enthousiast, maar Boerenknecht gaf niet op. Wat hebben we te verliezen? Dood zijn we al. Veel erger kan het niet worden.

Dat was een argument waar weinig tegen in te brengen was. Aarzelend stak Dronkeman zijn hand uit. Boerenknecht pakte hem vast, stak zijn andere hand uit naar Baron, die nog op de grond lag, en trok hem recht. Benepen sloegen alle geesten de handen ineen. Het werd doodstil in het kasteel. Alleen het tikken van de klok was te horen en de klokslag van vier uur.

Op dat moment waaiden alle ramen en deuren van het kasteel open en stapte de Blauwe Dame binnen. Hèhè, zei ze, eindelijk. Ik dacht dat het nooit zou gebeuren. Ik dacht dat jullie het nooit zouden inzien: als je geen droom hebt, of geen stem geeft aan je droom, dan kan hij ook niet verwerkelijkt worden. Eindelijk hebben jullie het begrepen. En dat het wonder van jullie inzicht aan de whisky te danken zou zijn, had ik ook niet kunnen bedenken. Kom. Geen getreuzel meer. Het is tijd. Tijd voor een nieuwe tijd. Voor een nieuwe tijdsgeest om door het kasteel te waaien. We hebben nog 2 uur. Aan het werk. Daarna kunnen jullie voor eeuwig rusten. Voor mezelf heb ik andere leuke plannen. Hierbij lachte ze ondeugend en keek heel even naar Boerenknecht, die het niet eens zag.

Hoe ze het voor elkaar hebben gekregen, vertelt het verhaal niet. Sommige dingen van leven en dood blijven een mysterie, zelfs voor de verhalenverteller. Maar toen de klok 6 uur sloeg, verdwenen de geesten met een laatste zucht in eeuwig stilte en rust. Niemand heeft ze ooit nog gezien.

De Blauwe Dame zette de poorten wijd open. Het was een prachtige zonnige dag. De narcissen en krokussen staken hun kopjes uit de grond, terwijl het pas januari was. De rozenstruiken en rododendrons stonden in bloei. In de groentetuin lagen de tomaten te glimmen en geurde de tijm. De vogels vlogen af en aan met twijgjes om een nest te bouwen.

Om acht uur klonk de torenklok, voller en krachtiger dan ooit tevoren. De mensen uit de omgeving hoorden het en kwamen er op af. Ze zagen de openstaande hekken, liepen voorzichtig de Jeruzalemweg op tot bij het grasveld waar grote lange tafels stonden met fruitschalen en salades, planken met kaas, hammen, kommetjes vol olijven en radijzen, broden in alle vormen en maten, kannen met wijn en water, limoensap en witbier. En whisky natuurlijk. Vanaf het prieeltje bij de boomhut klonk gitaarmuziek.

Op de trappen van het kasteel stond een jongeman die verdacht veel leek op een boerenknecht in zijn zondagse goed te glunderen met naast hem een mooie jonge vrouw in een blauwe jurk. Ze wenkte de nieuwsgierigen. Toen ze vlak voor haar stonden zei ze: Welkom. Wij zijn de nieuwe bewoners van het kasteel. We nodigen u uit aan onze tafel, in onze tuin. Ontmoet elkaar, maak plezier, luister naar de muziek, dans. Het is een eer voor ons, dit te delen met u. En dat deden ze. Sindsdien waait er een nieuwe geest door het kasteel. Eentje van samen genieten en elkaar inspireren. En daaruit zullen, zeker weten, nieuwe verhalen, mythen en legendes ontstaan. En wat daarvan niet gelogen is, is pure waarheid!

Bea de Groote
Schrijfster De Blauwe Dame