KASTEEL JERUSALEM DE GESCHIEDENIS VAN HET CHÂTEAU

Het kasteel Jerusalem in Limmel, nu aan de rand van Maastricht, werd in of kort na 1515 gebouwd.

De locatie was niet ver van de plaats waar ooit de Drieschhof stond, waarvan de naam verwijst naar de drassige terreinomstandigheden. Die maakten het mogelijk natte grachten ter verdediging aan te leggen. Samen met kasteel Bethlehem en de buurtschap Nazereth verwijst Jerusalem in zijn naamgeving waarschijnlijk naar pelgrimages naar het Heilige Land.

Over de voorganger van het huidige kasteel is weinig meer bekend dan dat die deel uitmaakte van de grondheerlijkheid van de proosdij van Meerssen en in 1515 verwoest zou zijn door een brand. De opdrachtgever voor de bouw van het nieuwe huis was Peter van den Dries genaamd Proenen. Hij was een telg uit het patriciërsgeslacht Proenen of Pruyn, dat generaties lang bestuurlijke functies in Maastricht, Luik en Antwerpen vervulde.

Zijn zoon en erfgenaam Andries was kanunnik en proost van het Onze-Lieve-Vrouwe-kapittel te Maastricht. Hij maakte een reis naar het Heilige Land en gaf na terugkomst in 1557 zijn kasteel de naam Jerusalem. Omdat hij kinderloos was, liet hij het huis na aan zijn nicht Agnes de Vaulx. Op haar beurt vermaakte zij Jerusalem in haar testament uit 1588 als een gemeenschappelijk bezit aan de Jezuïeten te Maastricht en aan haar familie. In 1596 kwam het tot een nadere verdeling tussen beide partijen, waarbij de Jezuïeten het kasteel kregen. Zij verkochten het in 1640 aan Willem Dolmans en zijn echtgenote Anna de Sauveur. Hun nazaten bleven eigenaar tot de verkoop in 1770. De nieuwe eigenaar werd Petrus Joseph Joannes van der Vrecken, keizerlijk postmeester te Maastricht. Reeds na enkele jaren deed hij Jerusalem weer van de hand en kocht hij het herenhuis Opveld te Heer.

André Kerens, ridder en lid van de Grote Raad van Mechelen, kocht Jerusalem voor zijn vader Paul Kerens die in 1776 stierf. André was getrouwd met Isabella Agnes Roosen, die na zijn dood kasteel Wolfrath te Holtum zou kopen. Hun dochter Maria Ida Kerens trouwde in 1803 met Johannes Fredericus Wilhelmus Josephus Baron de Crassier, die in 1822 bij Koninklijk Besluit erkend werd als behorende tot de Nederlandse adel. De familie De Crassier is tot na de Tweede Wereldoorlog eigenaar van het kasteel gebleven. Eén van de familieleden was de geschiedenisschrijver Louis de Crassier (1872-1949), wiens leven model stond voor de roman “De heer van Jericho” van Edmond Nicolas. Hij woonde tot in 1936 in het kasteel maar vertrok toen naar Brussel, waar hij uiteindelijk ook is overleden. Na het jaar 1949 is het kasteel tot aan het einde van de twintigste eeuw bewoond geweest door de voormalige huishoudster van Baron de Crassier, samen met haar dochter. Later werd het kasteel eigendom van de Gemeente Maastricht.