Château Jerusalem werd gebouwd op een rechthoekig omgracht terrein waarop ook de bijgebouwen stonden. Het hoofdgebouw van omstreeks 1515 omvatte drie vleugels van twee bouwlagen rond een binnenplaats.

In een van de hoeken werd een traptorentje gebouwd dat nog steeds boven de daken uitsteekt en voor de verticale verbinding in het huis zorgde. De daken eindigen tegen de nog oorspronkelijke topgevels. De traptoren is van baksteen, met hoekblokken in mergel. De gevels van het huis waren uitgevoerd met speklagen, hoekblokken en kloostervensters, waarvan de bouwsporen door de negentiende-eeuwse beschildering heen schijnen.

In het begin van de negentiende eeuw werd de binnenplaats ingevuld met eenlaagse bebouwing, waarbij het achtkantige traptorentje ingebouwd raakte in de nieuwe bouwmassa, die werd bestemd tot een gang en nevenruimten. Bij die verbouwing werd de entree verlegd naar de oorspronkelijke achtergevel, die werd uitgevoerd als zeven-assige neoclassicistische gevel en voorzien van een segmentvorming fronton. De gevel werd geschilderd en van imitatieramen in neogotische stijl voorzien. De ramen zijn bijna allemaal negentiende-eeuws, met uitzondering van een rechthoekig exemplaar in de topgevel van de noordelijke zijvleugel, dat voorzien is van een erboven aangebracht Jerusalems kruis. De tussendorpelvensters met accoladebogen in de zijgevel van de zuidelijke zijvleugel dateren uit het begin van de zestiende eeuw. De daken zijn gedekt met leien.

  • Before-Image Set 1
    After-Image Set 1
    Before Image Set 1 After